Hoe het begon
In juli 1886 vertrokken 20 schoolkinderen van Leeuwarden naar Schiermonnikoog. De kinderen waren uitgekozen vanwege hun slechte gezondheid, voortkomend uit hun leefomstandigheden.
Met de uitzending van de kinderen in 1886 was de Leeuwarder Gezondheidskolonie geboren. Het was een van de eerste kolonies in ons land. Gezondheidskolonies pasten in het 19e eeuwse streven om de volksgezondheid te verbeteren. Veel initiatieven tot dat doel werden genomen door de gegoede burgerij. Dat gold zeker ook voor de Leeuwarder Gezondheidskolonie. Het bestuur van deze kolonie bestond uit vooraanstaande Leeuwarders. De uitgezonden kinderen kwamen overwegend uit de armste bevolkingslaag; in termen van die tijd: minvermogenden.
Van 1899 tot 1941 werden de kinderen naar Vlieland uitgezonden. Na de oorlog was het koloniehuis niet meer bruikbaar. De Leeuwarder Gezondheidskolonie werd in 1953 opgeheven.
Jacob Baart de la Faille (1839-1918)
Initiatiefnemer tot de Leeuwarder Gezondheidskolonie was J. Baart de la Faille. Als arts en gemeenteraadslid zette hij zich onafgebroken in voor de verbetering van de leefomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen.
Jarenlang pleitte hij bijvoorbeeld voor een goede watervoorziening in de stad. Hij was er - terecht - van overtuigd dat betere hygiënische omstandigheden de volksgezondheid ten goede zouden komen. Met deze opvatting behoorde Baart de la Faille tot de 19de eeuwse artsen die hygiënististen worden genoemd. Zij ijverden voor behoorlijke huisvesting, gezonde voeding, menswaardige arbeidsomstandigheden, schoon water en vooral ook goed onderwijs.
Baart de la Faille ontving in 1913 de erepenning van de stad Leeuwarden. Bij die gelegenheid werd hij "een onzer meest verdienstelijke stadsgenoten" genoemd.
Het gebouw
De Leeuwarder Gezondheidskolonie verhuisde in 1898 van Schiermonnikoog naar Vlieland. Daar logeerden de kinderen twee jaar in het pand van de Hervormde Diaconie, het huidige Armhuis. In 1901 betrok de kolonie een eigen onderkomen in de Dorpsstraat, nu nr. 81.
Op verzoek van het koloniebeuur ontwierp in 1913 H.C. Kruse, leraar aan de Leeuwarder Ambachtsschool, een sober, functioneel maar karakteristiek gebouw. In 1914 verleende het gemeentebestuur een bouwvergunning aan Douwe Sieben, plaatselijk aannemer, die voor de bouw zou zorgdragen. De kolonie lag betrekkelijk ver buiten het dorp in het nog onbeboste duin langs de Badweg. Door de oorlogsomstandigheden kwamen de eerste bleekneusjes pas in 1918.
Op de begane grond trof je een eetzaal (deur links) en een speelzaal (twee deuren rechts) aan, gescheiden door de keuken en de zit/slaapkamer van het personeel. De speelzaal had tuindeuren naar buiten.
Twee trappen aan de korte zijden leidden naar boven. Hier bevonden zich de slaapzalen voor de jongens en de meisjes, met daartussen het woon- en slaapvertrek van de dames Gratama en Filz, voorzien van een balkon. Later werd een vierkant gebouwtje bijgeplaatst, dat dienst deed als ziekenboeg.
De kinderen en hun begeleiders
Bij de selectie van de kinderen werden de hoofden van scholen ingeschakeld. Niet alle scholen werden aangeschreven, alleen de armen- en tussenscholen. Daar stelde het hoofd een lijstje op met namen van kinderen, die een verblijf aan zee hard nodig hadden.
De kinderen die uitgezonden werden, waren "zieklijk of sukkelend". Zij woonden in stegen en gloppen waar geen zonlicht kwam en hun voeding was onvoldoende. Ouders van kinderen die naar Vlieland mochten, kregen een bon om klompen te halen en een lijstje van noodzakelijke kleding. Die hoefde niet nieuw, maar moest wel schoon zijn. Vaak werd er wat van zusjes of buurkinderen bijgeleend, want in de kolonie werd kennelijk vaker van kleren gewisseld dan thuis gebruikelijk was. Opvallend is dat er ieder jaar meer meisjes dan jongens werden uitgezonden.
Het hoofd van een bewaarschool uit Leeuwarden begeleidde de eerste kolonies. Vanaf 1905 tot 1938 lag de leiding in handen van de dames A. Gratama en B.D. Filz. Zij woonden in Arnhem en behoorden - net als de bestuursleden van de kolonie - tot de gegoede burgerij. Voor het huishoudelijke werk voor en met de kinderen namen ze (uit eigen kring geleend) personeel mee, zoals Hinke Noordebroek. Hinke kwam uit het Burger Weeshuis, diende tot op hoge leeftijd en was kokkin bij de kolonie.
Hoe het afliep (1945-1997)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestemden de Duitsers het koloniehuis tot paardenstal. Tussenmuren verdwenen en de verdieping werd hooizolder. Na de bevrijding - op Vlieland later dan elders, pas op 30 mei - bleef het pand in deplorabele staat achter. Een slager uit Sneek komt op een lumineus idee: hij verhuurt er rijpaarden.
In 1947 verenigden zich zeventien gereformeerde families uit Leeuwarden onder de naam Viribus Unitis. Ze verbouwden het huis tot een appartementencomplex, genoten er zelf van en exploiteerden het veertig jaar lang. Het pand werd herdoopt tot EUREKA.
In 1987 kwam het complex in handen van de familie Hazenberg, die uit de mogelijkheden van renovatie of sloop/nieuwbouw koos voor het laatste. Zo verrees in 1992 het pand in zijn huidige gedaante, geïnspireerd op de contouren van de kolonie; de naam bleef EUREKA.
Vanaf 1991 zijn de appartementen als recreatie objecten successievelijk verkocht aan particuliere eigenaren. Zij zijn verenigd in de Vereniging van Eigenaren Eureka Vlieland. Het bestuur van deze VVE is in samenspraak met de leden/eigenaren, erfpachter SBB en de gemeente verantwoordelijk voor de ontwikkeling en uitvoering van het beleid op Eureka.
Een gezondheidskolonie (de resultaten van uitzending)
In de keuze van haar naam liet de Leeuwarder kolonie al merken nadrukkelijk een gezondheidskolonie en geen vakantiekolonie te willen zijn. De uitzending en het dagprogramma droegen een sterk medisch stempel.
Voordat de kinderen naar Vlieland vertrokken, werden zij gemeten en gewogen. Na terugkeer gebeurde dat weer. Bijna altijd waren de kinderen zwaarder en langer geworden en ademden zij dieper in.
Geen bedompte maar frisse lucht. Niet stilzitten op school maar lichaamsbeweging. Geen te zware huishoudelijke taken maar kinderlijke ontspanning. Dit alles maakte dat de kinderen gezonder thuis kwamen dan ze waren vertrokken.
De gunstige resultaten waren vooral te danken aan de verantwoorde voeding. De kinderen kregen vlees, groenten en vooral melkprodukten: kolonistjes herinneren zich met plezier of weerzin de havermout, die onbeperkt opgeschept mocht worden! Thuis bestond het menu maar al te vaak uit brood of aardappelen mét wat vet, karig en eenzijdig. Terug in Leeuwarden dronken zij nog enkele weken twee keer een halve liter melk per dag bij de vrouwelijke bestuursleden thuis, die dan nagingen of de hygiënische lessen uit de kolonie wel braaf werden opgevolgd.
DE LEEUWARDER GEZONDHEIDSKOLONIE 18 april - 31 augustus 1997